Subject: Re: Projectje BMW E30 324TD cabriolet From: "Johannes" Date: Mon, 13 Dec 2004 23:13:20 +0100 Newsgroups: nl.auto "Huizerd" schreef in bericht news:cpkm41$ss7$1@reader13.wxs.nl... > Hoi, > > Komende zomer wil ik een BMW E30 cabriolet ombouwen naar een diesel > uitvoering. > Om de kosten een beetje te drukken, ga ik in Duitsland twee auto's halen die > ik dan ombouw naar één cabriolet. Dit zouden dan dus een E30 cabriolet van > een willekeurig type kunnen zijn en een 324TD met een automatische > versnellingsbak. > > De ruimte om het om te bouwen is niet zo'n probleem en ik denk ook dat het > allemaal niet zo moeilijk is, ik koop tenslotte twee auto's van hetzelfde > type waarbij ik wat onderdelen van de ene in de ander over bouw. De > onderdelen die ik over houd, voer ik vervolgens af en ik houd een cabrio > over. > > Technisch en logistiek zie ik dus geen grote problemen. Het probleem zit hem > eerder in de RDW. Ik kan natuurlijk beide (donor)auto's eerst RDW laten > keuren en invoeren, daarna de cabrio ombouwen naar een diesel en dan de > cabrio wéér RDW laten keuren. In dat geval moet de cabriol dus twee keer > gekeurd worden met dubbele kosten als resultaat. > > Of kan ik de cabrio gewoon eerst ombouwen en dàn pas laten naar de RDW > brengen? Wat is nou de handigste manier? > Informeer eerst eens bij de RDW waar je aan toe bent. Er bestaat een flinke kans dat de verbouwing zo grondig is dat het samengestelde voertuig als een nieuw fabrikaat geldt, waardoor de met keuringsplicht ([individuele] typeghoedkeuring) en BPM te maken krijgt. En weer opnieuw 25 jaar motorrijtuigenbelasting voordat je aan de klassiekervrijstelling toe bent. Lees ook dit: Bekendmaking samengestelde voertuigen Uit: Staatscourant 28 april 2000, nr. 83 / pag. 19 De Algemeen Directeur van de Dienst Wegverkeer, Gelet op artikel 9 van de Regeling vaststelling datum eerste toelating van voertuigen (Stcrt. nr. 38, 24 februari 1997). Besluit: § 1 Begripsbepalingen Artikel 1 In deze bekendmaking wordt verstaan onder: datum eerste toelating: datum als bedoeld in de Regeling vaststelling datum eerste toelating van voertuigen; samengesteld voertuig: een voertuig, waarvan de hoofdonderdelen afkomstig zijn van twee of meer voertuigen; hoofdonderdelen van een voertuig: chassis, aandrijflijn en carrosserie bij voertuigen met een dragend chassis en carrosserie en aandrijflijn bij voertuigen die een volledig zelfdragende carrosserie hebben; hoofdonderdelen van een motorfiets: het frame en de motor van de motorfiets. § 2 Samengestelde voertuigen met een volledig dragend chassis Artikel 2 De identiteit van een samengesteld voertuig dat bestaat uit een chassis, aandrijflijn en carrosserie wordt vastgesteld op grond van de oorspronkelijkheid van de hoofdonderdelen van het voertuig en de daarbij overgelegde documenten. Indien het voertuig is samengesteld uit drie hoofdonderdelen van gelijke typen of modellen, wordt de datum van eerste toelating bepaald door het chassis of door de carrosserie. Het oudste van beide laatstgenoemde hoofdonderdelen is hierbij bepalend. (Zie het schema in de toelichting bij dit artikel). Indien twee hoofdonderdelen van een samengesteld voertuig als bedoeld in het eerste lid aantoonbaar afkomstig zijn van het oorspronkelijke model of type voertuig, wordt de datum van eerste toelating als volgt vastgesteld. Indien het betreft: Het chassis en de aandrijflijn, dan is het chassis bepalend voor de datum van eerste toelating (Zie het schema in de toelichting bij dit artikel); De aandrijflijn en de carrosserie, dan is de carrosserie bepalend voor de datum van eerste toelating (Zie het schema in de toelichting bij dit artikel); Het chassis en de carrosserie, dan is het hoofdonderdeel met de oudste datum van eerste toelating bepalend voor de datum van eerste toelating van het samengestelde voertuig (Zie het schema in de toelichting bij dit artikel). Indien de drie hoofdonderdelen van een samengesteld voertuig als bedoeld in het eerste lid afkomstig zijn van verschillende typen of modellen voertuigen, wordt het voertuig - indien het wordt toegelaten - aangemerkt als een nieuw samengesteld voertuig waarvan het kentekenbewijs wordt voorzien van een nieuwe datum van eerste toelating. (Zie het schema in de toelichting bij dit artikel) § 3 Samengestelde voertuigen die geen dragend chassis hebben Artikel 3 De identiteit van een samengesteld voertuig waarvan de hoofdonderdelen uit een zelfdragende carrosserie en een aandrijflijn bestaan, wordt vastgesteld op basis van de oorspronkelijkheid van de carrosserie en de overgelegde documenten. Van een samengesteld voertuig als bedoeld in het eerste lid is sprake, indien twee of meer voertuigdelen aan elkaar zijn gelast, en deze lasnaad zich voor ten minste drie vierde deel tussen de assen van het voertuig bevindt. Het deel van de carrosserie dat tenminste voor de helft deel uitmaakt van de gehele carrosserie is bepalend voor de identiteit en de datum van eerste toelating van het voertuig. Van het carrosseriedeel zonder identificatienummer moet ten minste het plaatdeel met het door de fabrikant aangebrachte identificatienummer worden overgelegd. § 4 Samengestelde motorfietsen Artikel 4 De identiteit van een samengestelde motorfiets wordt vastgesteld op grond van de oorspronkelijkheid van het frame en de daarbij overgelegde documenten. Indien bij een samengestelde motorfiets het frame afkomstig is van een andere motorfiets, dan is de identiteit van dit frame en de bij dit frame behorende datum van eerste toelating bepalend. Indien het frame van een motorfiets wordt vervangen door een nieuw en ongebruikt origineel frame van hetzelfde merk en type, wordt de oorspronkelijke identiteit aangehouden. In dat geval dient het framedeel met het door de fabrikant aangebrachte identificatienummer te worden overgelegd. § 5 Slotbepalingen Artikel 5 De Bekendmaking van de Algemeen Directeur van de RDW van 23 april 1999, betreffende de bekendmaking samengestelde voertuigen (Stcrt. 78), wordt ingetrokken. Artikel 6 Deze bekendmaking treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. Artikel 7 Deze bekendmaking wordt aangehaald als: Bekendmaking samengestelde voertuigen. Deze bekendmaking zal met toelichting in de Staatscourant worden gepubliceerd. Zoetermeer, 11 april 2000. De Algemeen Directeur van de Dienst Wegverkeer, J.G. Hakkenberg. Algemene toelichting Het komt voor dat bij de Dienst Wegverkeer (RDW) kentekens worden aangevraagd voor voertuigen (meestal personenauto's) die zijn samengesteld uit twee of meer delen van voertuigen. Het vaststellen van de identiteit van een samengesteld voertuig en van de datum waarop zo'n voertuig voor het eerst tot de weg is toegelaten geschiedt conform de Regeling vaststelling datum van eerste toelating van voertuigen van 20 februari 1997/RV 96/1373, zoals gepubliceerd in de Staatscourant van 24 februari 1997, nr. 38. Artikel 9 van die Ministeriële regeling luidt als volgt: 'Indien een kentekenbewijs wordt aangevraagd voor een samengesteld voertuig of voor een voertuig, waarvan het originele identificatienummer ontbreekt of onleesbaar is geworden, wordt de datum van eerste toelating vastgesteld overeenkomstig de voorgaande artikelen, nadat de identiteit van het voertuig aan de hand van een nader onderzoek overeenkomstig de hiervoor vastgestelde regels is vastgesteld.' Deze bekendmaking dient ter vaststelling van laatstgenoemde regels voor zover het samengestelde voertuigen betreft. Het gaat hierbij zowel om voertuigen die voor eerste registratie ter keuring worden aangeboden, als om voertuigen die om een andere reden door de RDW worden gekeurd. Dit betekent onder meer dat indien tijdens zo'n door de RDW uitgevoerde keuring blijkt dat het aangeboden voertuig niet meer overeenkomt met de toegelaten uitvoering, de identiteit van dat voertuig opnieuw wordt vastgesteld volgens de regels van deze bekendmaking. De criteria zoals ze in deze bekendmaking zijn opgenomen, zijn geformuleerd aan de hand van een reeds geruime tijd bestaande praktijk. De beoordeling van samengestelde voertuigen richt zich op het vaststellen van de identiteit en de datum van eerste toelating van deze voertuigen. De begripsbepalingen geven aan dat bij een samengesteld voertuig de hoofdonderdelen afkomstig moeten zijn van twee of meer voertuigen. Bij vervanging van versleten of ernstig gecorrodeerde hoofdonderdelen door nieuwe onderdelen, kunnen deze onder bepaalde voorwaarden in de plaats treden van het oorspronkelijk onderdeel. De identiteit en de datum van eerste toelating van het oorspronkelijke voertuig blijven in dat geval ongewijzigd. In de praktijk blijkt dit laatste soms tot misverstanden te leiden waar het de toelating betreft van samengestelde voertuigen, die tegelijkertijd zodanig zijn gemodificeerd dat zij niet meer met de (type)goedkeuring van het oorspronkelijke voertuig overeenkomen. In die gevallen dient eerst worden beoordeeld of dit een wijziging in de constructie betreft, zoals bedoeld in hoofdstuk 6 van het Voertuigreglement (VR) (Stb. 1944, nr. 450), of dat er een (geheel) nieuw voertuig is samengesteld met behulp van gebruikte onderdelen. In het eerste geval dient bij een wijziging in de constructie van een samengesteld voertuig het voertuig te worden beoordeeld op de (toelatings)eisen zoals geformuleerd in hoofdstuk 6 VR en de Ministeriële regeling eisen wijziging constructie (Stcrt. nr. 249, 29 december 1997). Daarnaast wordt de identiteit en de datum van eerste toelating van het voertuig overeenkomstig deze bekendmaking en de Ministeriële regeling vaststelling datum eerste toelating van voertuigen (Stcrt. 1997, nr. 40) vastgesteld. Het tweede geval betreft een nieuw samengesteld voertuig. Hiervan is sprake indien tenminste de dragende constructie, zoals de zelfdragende carrosserie, het chassis of het motorfietsframe is vervangen door een niet origineel exemplaar. Bouwpakketten, zoals de zogenaamde kit-cars, vallen doorgaans onder deze laatste categorie. Bij deze laatste categorie voertuigen zijn altijd de toelatingseisen overeenkomstig de Ministeriële regeling eisen individuele goedkeuring (Stcrt. nr. 247, 23 december 1997) van toepassing. Voordat deze individuele toelatingsprocedure kan worden doorlopen zal het voertuig eerst door de RDW moeten worden voorzien van een door de RDW nieuw vastgestelde identiteit en ingeslagen identificatienummer volgens de regels van de Bekendmaking van de Algemeen Directeur betreffende de inslag van identificatienummers (Stcrt. 121, 29 juni 1999). Artikelsgewijze toelichting Artikel 1, onder c In dit artikelonderdeel wordt bij de definitie van de hoofdonderdelen een onderscheid gemaakt tussen voertuigen met dragend chassis en voertuigen met een zelfdragende carrosserie. Met een dragend chassis wordt hier niet alleen bedoeld het volledig dragend chassisraam zoals bij vrachtauto's gebruikelijk is. Een (semi)dragende bodemplaat, wordt in dit kader eveneens aangemerkt als een dragend chassis. Artikel 2 Bij in serie vervaardigde complete voertuigen met een dragend chassis bestaat de mogelijkheid om achteraf voertuigen samen te stellen, die zijn opgebouwd uit gebruikte onderdelen van verschillende typen en modelvarianten, die bovendien van fabricagedatum kunnen verschillen. Teneinde voor een dergelijk samenstel op uniforme wijze de datum van eerste toelating vast te stellen zijn nadere regels gegeven. Uitgangspunt is daarbij de mate van oorspronkelijkheid, d.w.z. dat aan de hand van documenten moet worden aangetoond van welke voertuigen de gebruikte hoofdonderdelen afkomstig zijn. Als hoofdonderdelen worden aangemerkt: het complete chassis, de volledige aandrijflijn en de carrosserie. Omdat bij restauratie van oude voertuigen de gebruikte onderdelen vaak van verschillende voertuigen afkomstig zijn, is de nadruk gelegd op de uiterlijke kenmerken, waarbij de qua model en type bij elkaar behorende onderdelen de identiteit van het nieuw samengestelde voertuig bepalen met de daarbij behorende datum van eerste toelating. Om praktische redenen wordt daarbij het chassis of de carrosserie als maatgevend gehanteerd en heeft de aandrijflijn alleen een toegevoegde functie. Nieuwe en ongebruikte onderdelen, die worden gebruikt ter vervanging van versleten onderdelen en die volledig overeenkomen met het onderdeel waarvoor zij in de plaats komen, worden als reparatie aangemerkt en hebben als zodanig geen invloed op de datum van eerste toelating. Onderstaande tabel geeft weer hoe bij de verschillende combinaties wordt gehandeld. De donker gemarkeerde onderdelen moeten van hetzelfde model of type zijn. HOOFDONDERDEEL IDENTITEIT EN DATUM EERSTE TOELATING VAN HET SAMENGESTELDE VOERTUIG CHASSIS AANDRIJFLIJN CARROSSERIE Alle onderdelen zijn afkomstig van verschillende typen of modellen: nieuw samengesteld voertuig, dat - als het wordt toegelaten - een nieuwe datum van eerste toelating krijgt. (artikel 2, vierde lid) Chassis of carrosserie met de oudste datum van eerste toelating is bepalend voor de identiteit (artikel 2, tweede lid) Chassis is bepalend. (artikel 2, derde lid, onder a) Carrosserie is bepalend. (artikel 2, derde lid, onder b) Chassisraam of carrosserie met de oudste datum van eerste toelating is bepalend voor de identiteit. (artikel 2, derde lid, onder c) [MEEKOPIËREN VAN DE TABEL LUKT HELAAS NIET] Artikel 3 Bij samengestelde voertuigen met een zelfdragende carrosserie bepaalt het carrosseriedeel dat meer dan de helft van de carrosserie uitmaakt de identiteit van het voertuig. Aan de hand van de documenten moet blijken van welke voertuigen de gebruikte carrosseriedelen afkomstig zijn. Het plaatdeel met het identificatienummer van het voertuig waarvan het carrosseriedeel zonder identificatienummer afkomstig is dient te worden ingeleverd. Dit om te voorkomen dat er een kenteken wordt aangevraagd voor een voertuig, waarvan een gedeelte (vaak de helft of meer) reeds is gebruikt voor een voertuig dat reeds is voorzien van een kenteken. Artikel 4 Het toepassingsgebied van deze bekendmaking is onder opneming van artikel 4 uitgebreid naar samengestelde motorfietsen. Bij deze categorie samengestelde voertuigen bepaalt het frame de identiteit van de motorfiets. De identiteit van een dergelijk samengesteld voertuig wordt bepaald door de oorspronkelijkheid van het frame van de motorfiets. Aan de hand van documenten moet tenminste blijken van welke motorfietsen het frame en de motor afkomstig zijn. Van de overige gebruikte onderdelen moet de herkomst afdoende worden aangetoond. Indien ter vervanging van een beschadigd frame een nieuw en ongebruikt origineel frame is aangebracht, dient het framedeel met het identificatienummer van het vervangen frame bij de keuring te worden overgelegd, teneinde te voorkomen dat de identiteit van dit frame kan worden gebruikt voor een andere motorfiets. Uit: Staatscourant 28 april 2000, nr. 83 / pag. 19 Regeling vaststelling datum eerste toelating van voertuigen Uit: Staatscourant 1997, nr. 38 / pag. 9 VW 20 februari 1997/RV 96/1373 Hoofddirectie van de Waterstaat De Minister van Verkeer en Waterstaat, Gelet op artikel 1.10 van het Voertuigreglement; Besluit: Hoofdstuk 1 Vaststelling zonder afzonderlijk onderzoek voertuig Artikel 1 Voor zover de vaststelling van de datum van eerste toelating geschiedt in het kader van de aanvraag van een kentekenbewijs zonder afzonderlijk onderzoek van het betrokken motorrijtuig of de betrokken aanhangwagen, wordt de datum van eerste toelating vastgesteld op de datum van eerste afgifte van het kentekenbewijs. Hoofdstuk 2 Vaststelling met afzonderlijk onderzoek voertuig Artikel 2 Voor zover de vaststelling van de datum van eerste toelating geschiedt in het kader van de aanvraag van een kentekenbewijs met een afzonderlijk onderzoek van het betrokken motorrijtuig of de betrokken aanhangwagen, wordt de datum van eerste toelating vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 3 tot en met 9. Artikel 3 Documenten indien het voertuig niet eerder is toegelaten De datum van eerste toelating wordt vastgesteld op de datum van eerste afgifte van het kentekenbewijs, indien de aanvrager één van de hiernavolgende documenten overlegt: een niet tenaamgestelde Fahrzeugbrief, behorend bij een uit Duitsland afkomstig voertuig, waarop geen datum van eerste toelating is vermeld, een Certificate of Origin, behorend bij een uit de Verenigde Staten van Amerika afkomstig voertuig, een Dichiarazione per Immatricolazione, behorende bij een uit Italië afkomstig voertuig, een New Vehicle Information Statement (NVIS-document), behorend bij een uit Canada afkomstig voertuig, een document dat naar het oordeel van de Dienst Wegverkeer gelijkwaardig moet worden beschouwd aan de onder a tot en met c genoemde bewijzen, een verklaring van de fabrikant of de door de fabrikant gemachtigde importeur dat het ter keuring aangeboden voertuig niet reeds eerder is toegelaten tot het verkeer op de weg, een originele aankoopnota uit het laatste land waar het voertuig is verkocht voorafgaande aan de overbrenging naar Nederland, met daarop vermeld: het BTW-nummer van de verkoper, het identificatienummer van het voertuig, de verklaring van de verkoper dat het voertuig niet eerder is geregistreerd, en een verklaring van niet-registratie van een instantie die voertuigen registreert in het land waar de aankoopnota vandaan komt, of voor zover het voertuig wordt onderzocht binnen 3 maanden na de afgifte van het hierna bedoelde kentekenbewijs: een buitenlands kentekenbewijs waaruit blijkt dat de registratie van het voertuig dan wel de geldigheid van het kentekenbewijs binnen 2 dagen na afgifte van dat bewijs tot het moment van onderzoek is geschorst. Indien uit het hiervoor bedoelde kentekenbewijs niet blijkt dat het voertuig vóór de afgifte van dat bewijs niet eerder is geregistreerd, dient tevens een uit hetzelfde land afkomstige originele aankoopnota te worden overgelegd met daarop vermeld: het BTW-nummer van de verkoper, het identificatienummer van het voertuig, de verklaring van de verkoper dat het voertuig vóór de afgifte van het hiervoor bedoelde kentekenbewijs niet eerder is geregistreerd. Voor zover de in het eerste lid, onderdeel f, bedoelde aankoopnota wordt overgelegd, behoeft de in dat onderdeel bedoelde verklaring van niet-registratie niet te worden overgelegd, indien: de aanvrager verklaart dat het voertuig niet eerder is geregistreerd, en de aankoopnota afkomstig is uit een land waarvan het aldaar gehouden kentekenregister middels datacommunicatie rechtstreeks aan de hand van het identificatienummer is te raadplegen door hiertoe aangewezen ambtenaren van de Dienst Wegverkeer en uit raadpleging blijkt dat het voertuig in dat land niet geregistreerd is of is geweest. Artikel 4 Documenten indien het voertuig eerder is toegelaten Indien de aanvrager een door een bevoegde autoriteit afgegeven document overlegt waaruit de datum van eerste toelating blijkt, wordt de datum van eerste toelating vastgesteld op deze datum. Indien uit het in het eerste lid bedoelde document slechts een maand van eerste toelating blijkt, wordt de datum van eerste toelating gesteld op de eerste dag van die maand. Indien uit het document slechts een jaar van eerste toelating blijkt, wordt de datum van eerste toelating gesteld op 30 juni van dat jaar. Indien uit het in het eerste lid bedoelde document niet de datum, de maand of het jaar van eerste toelating blijkt, doch wel de datum van fabricage, wordt de datum van eerste toelating vastgesteld op de datum van fabricage. Indien uit het document slechts een maand van fabricage blijkt, wordt de datum van fabricage gesteld op de eerste dag van die maand. Indien uit het document slechts een jaar van fabricage blijkt, wordt de datum van fabricage gesteld op 30 juni van dat jaar. Indien uit het in het eerste lid bedoelde document niet de datum, de maand of het jaar van eerste toelating of van fabricage blijkt, doch wel het modeljaar, wordt de datum van eerste toelating vastgesteld op 28 februari van het modeljaar. Artikel 5 Geen documenten Indien de aanvrager niet één van de in de artikelen 3 en 4 genoemde documenten overlegt, dan wel indien aan de hand van het bepaalde in artikel 4 geen datum van eerste toelating kan worden vastgesteld, wordt de datum van eerste toelating, overeenkomstig het bepaalde in het tweede tot en met vierde lid, vastgesteld aan de hand van het identificatienummer. Indien uit het identificatienummer een datum van fabricage blijkt, wordt de datum van eerste toelating vastgesteld op de datum van fabricage. Indien uit het nummer slechts een maand van fabricage blijkt, wordt de datum van fabricage gesteld op de eerste dag van die maand. Indien uit het nummer slechts een jaar van fabricage blijkt, wordt de datum van fabricage gesteld op 30 juni van dat jaar. Indien uit het identificatienummer niet de datum, de maand of het jaar van fabricage blijkt, doch wel het modeljaar, wordt de datum van eerste toelating vastgesteld op 28 februari van het modeljaar. Indien uit het identificatienummer niet de datum, de maand of het jaar van fabricage of het modeljaar blijkt, wordt door de Dienst Wegverkeer de datum van fabricage bepaald en wordt de datum van eerste toelating vastgesteld op deze datum. Artikel 6 Datum eerste onderzoek als datum van eerste toelating Indien de overeenkomstig de artikelen 4 of 5 vastgestelde datum van eerste toelating na de datum van het eerste onderzoek van het voertuig ligt, wordt de datum van eerste toelating vastgesteld op de datum van het eerste onderzoek. Artikel 7 Voertuig eerder in Nederland toegelaten Indien een voertuig reeds eerder in Nederland tot het verkeer op de weg is toegelaten, wordt, in afwijking van de voorgaande artikelen, de datum van eerste toelating vastgesteld op de datum van eerste toelating welke blijkt uit het kentekenregister of het eerder afgegeven kentekenbewijs. Artikel 8 Voertuig eerder in gebruik genomen dan toegelaten Indien een voertuig in gebruik is genomen reeds voor het tot het verkeer op de weg is toegelaten, wordt de datum van eerste toelating vastgesteld op de datum van fabricage of het modeljaar, overeenkomstig het bepaalde in artikel 5. Artikel 9 Voertuigidentificatie Indien een kentekenbewijs wordt aangevraagd voor een samengesteld voertuig of voor een voertuig, waarvan het originele identificatienummer ont-breekt of onleesbaar is geworden, wordt de datum van eerste toelating vastgesteld overeenkomstig de voorgaande artikelen nadat de identiteit van het voertuig aan de hand van een nader onderzoek overeenkomstig de hiervoor vastgestelde regels is vastgesteld. Hoofdstuk 3 Onderzoek registers Artikel 10 Nader onderzoek registers andere landen Indien er in het kader van de aanvraag van een kentekenbewijs twijfel bestaat over de vraag of het voertuig niet eerder tot het verkeer op de weg is toegelaten, dan wel of de vastgestelde datum van eerste toelating correct is, kan de Dienst Wegverkeer door middel van raadpleging van registers in andere landen onderzoeken of en wanneer het voertuig eerder tot het verkeer op de weg is toegelaten. Indien het in het eerste lid bedoelde onderzoek binnen drie weken nadat het voertuig technisch en administratief in orde is bevonden geen resultaat oplevert, wordt een kentekenbewijs afgegeven en wordt de overeenkomstig de voorgaande artikelen vastgestelde datum van eerste toelating vermeld. Wordt nadien alsnog een afwijkende datum van eerste toelating gevonden dan kan het kentekenbewijs ongeldig worden verklaard en op het nieuwe kentekenbewijs de gevonden datum van eerste toelating worden vermeld. Hoofdstuk 4 Slotbepalingen Artikel 11 De regeling van de minister van Verkeer en Waterstaat van 9 december 1994, nr RV 188308, houdende vaststelling van regels omtrent de wijze waarop de datum van eerste toelating tot de openbare weg op het kentekenbewijs, dan wel het registratiebewijs van een voertuig wordt bepaald (Stcrt. 241), wordt ingetrokken. Artikel 12 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 1997. Artikel 13 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vaststelling datum eerste toelating van voertuigen. Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst. 's-Gravenhage, 20 februari 1997. De Minister van Verkeer en Waterstaat, A. Jorritsma-Lebbink. Toelichting Algemeen Ingevolge artikel 1.10 van het Voertuigreglement wordt onder datum van eerste ingebruikname van een voertuig verstaan de datum van eerste toelating van het voertuig. Deze datum is om een aantal redenen van belang. Allereerst is de datum relevant voor de vraag welke technische toelatingseisen (historische eisen) en welke technische permanente eisen op een voertuig van toepassing zijn. Over het algemeen kan worden gesteld dat deze eisen lichter zijn naarmate de datum van eerste toelating van het voertuig verder in het verleden ligt. Tevens dient de datum van eerste toelating te worden vastgesteld om te bepalen wanneer de periodieke keuringsplicht (APK) voor het voertuig voor het eerst gaat gelden. Tot slot speelt de datum van eerste toelating een rol bij de vaststelling van de hoogte van de bij de registratie van het voertuig verschuldigde belasting van personenauto's en motorrijwielen (BPM). Nadrukkelijk zij vermeld dat de vaststelling van de datum van eerste toelating in beginsel dient ter beantwoording van de vraag of, en zo ja wanneer, een voertuig eerder, waar ook ter wereld, geregistreerd is geweest. De datum dient aldus niet ter beantwoording van de vraag of een voertuig feitelijk nieuw en ongebruikt is en kan hieromtrent aldus (bijvoorbeeld in het kader van de koop van een voertuig) geen uitsluitsel bieden. De onderhavige regeling treedt in de plaats van de regeling van de minister van Verkeer en Waterstaat van 9 december 1994, nr RV 188308, houdende vaststelling van regels omtrent de wijze waarop de datum van eerste toelating tot de openbare weg op het kentekenbewijs, dan wel het registratiebewijs van een voertuig wordt bepaald (Stcrt. 241). Deze regeling bleek in de praktijk moeilijk hanteerbaar met name vanwege het hierin opgenomen criterium 'duidelijke sporen van gebruik'. Ten behoeve van een objectieve vaststelling van de datum van eerste toelating, waarbij in principe een eerdere registratie van het voertuig bepalend behoort te zijn, is dit criterium in de onderhavige regeling komen te vervallen. Voorts is de regeling van 9 december 1994 herzien ten aanzien van de vaststelling van de datum van eerste toelating voor zover de aanvrager van het kentekenbewijs niet de in de regeling opgenomen documenten overlegt als bewijs dat het voertuig niet eerder tot de weg is toegelaten. In de regeling van 9 december 1994 was vastgelegd dat bij ontbreken van deze documenten de Dienst Wegverkeer een onderzoek in buitenlandse registers kon doen en dat, indien dit geen resultaat opleverde, het voertuig als niet eerder toegelaten werd aangemerkt. Echter, door deze bepaling is het risico dat de aanvrager bij de aanbieding van een eerder geregistreerd voertuig het tonen van documenten in het geheel achterwege laat, te groot. Het aantal en de aard van de documenten dat als bewijs van 'niet-registratie' kan dienen is overigens zodanig, dat dit bewijs vrij eenvoudig kan worden geleverd en de bewijslast niet kan worden beschouwd als een onevenredige belasting voor de aanvrager. Er bestaat aldus geen aanleiding om bij het ontbreken van een bewijs van 'niet-registratie' het voertuig als niet eerder toegelaten aan te merken. Voor wat betreft het verschil in behandeling van voertuigen die via de zogenaamde versnelde regeling worden geregistreerd enerzijds en overige voertuigen anderzijds, zij het volgende opgemerkt. Via de versnelde regeling worden slechts nieuwe voertuigen geregistreerd die via het officiële, door de fabrikant ingerichte en onderhouden, netwerk zijn geïmporteerd. Gezien dit netwerk kunnen niet alleen garanties worden geboden ten aanzien van de technische kwaliteit van het voertuig, maar ook ten aanzien van de ' nieuwheid' van het voertuig. Een onderzoek van ieder voertuig afzonderlijk kan deswege achterwege blijven. Een dergelijke garantie bestaat niet ten aanzien van voertuigen die via de niet-officiële kanalen worden geïmporteerd. Een officiële band met de fabrikant ontbreekt in deze gevallen, waardoor een onderzoek van het voertuig, inclusief de in de onderh avige regeling vervatte vaststelling van de datum van eerste toelating, gerechtvaardigd is. Hierbij zij opgemerkt dat uiteraard steeds dient te worden gezocht naar een evenwichtige regeling welke enerzijds voor de overheid voldoende waarborgen biedt doch anderzijds voor de burger niet te belastend is. Op grond van deze afweging voorziet de regeling bijvoorbeeld in de acceptatie van het '2-dagen-registratie-bewijs' als bewijs van ' niet-registratie' (zie artikel 2, eerste lid, onderdeel g). Voor zover rechtstreekse communicatie tussen het Nederlandse kentekenregister en buitenlandse registers met behulp van datacommunicatielijnen op een zodanig niveau is gebracht dat omtrent een eventuele eerdere toelating van het voertuig voldoende zekerheid kan worden verkregen, kan een bewijs van ' niet-registratie' in het geheel achterwege worden gelaten (zie artikel 2, tweede lid). Op het moment van vaststelling van de onderhavige regeling is deze communicatie gerealiseerd met België en Luxemburg. Voor de goede orde zij nog vermeld dat deze regeling zoals voorgeschreven door de Richtlijn van de Raad van 28 maart 1983 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften (83/1989/EEG) aan de Europese Commissie is voorgelegd, en dat deze met de regeling heeft ingestemd. Artikelen Artikel 1 Voor voertuigen die met toepassing van de zogenaamde versnelde regeling tot de Nederlandse weg worden toegelaten, wordt de datum van eerste toelating vastgesteld op de datum van eerste afgifte van het kentekenbewijs. Dat wil zeggen de datum van eerste tenaamstelling of wel de datum van afgifte van het deel I van het kentekenbewijs. Overigens betreft het hier zowel motorrijtuigen als aanhangwagens. Ingevolge artikel 9.2 van het Voertuigreglement is bij wijze van overgangsmaatregel bepaald dat, totdat het registratiebewijs is vervangen door een kentekenbewijs, het voor een aanhangwagen afgegeven registratie-bewijs wordt gelijkgesteld met een kentekenbewijs. Daar waar in deze regeling wordt gesproken over 'kentekenbewijs' moet aldus voor aanhangwagens vooralsnog ' registratiebewijs' worden gelezen. Artikel 2 Voor wat betreft de vaststelling van de datum van eerste toelating voor aanhangwagens, geldt hetzelfde als hetgeen in de toelichting bij artikel 1 is vermeld. Artikel 3 Indien de aanvrager van een kentekenbewijs documenten overlegt waaruit blijkt dat het voertuig niet reeds eerder tot de weg is toegelaten, wordt de datum van eerste toelating vastgesteld op de datum van eerste afgifte van het kentekenbewijs. De documenten die in dit kader als bewijs kunnen dienen, zijn in artikel 3 opgesomd. Ook een aankoopnota met het bewijs dat het voertuig slechts voor één of twee dagen elders geregistreerd is geweest, wordt in dit verband geaccepteerd. Strikt genomen zou in dit geval het voertuig als eerder geregistreerd aangemerkt moeten worden. Dit zou echter, zoals in het algemeen deel van deze toelichting reeds is aangegeven, een onevenredige belasting voor de handel kunnen betekenen, nu het in sommige landen gebruikelijk is dat een voertuig pas op de markt wordt gebracht nadat het is geregistreerd. Wel is als beperkende voorwaarde gesteld dat het voertuig binnen drie maanden na de registratie in het buitenland in Nederland ter ver-krijging van een kentekenbewijs moet worden gekeurd. Het is immers de bedoeling dat het voertuig direct na de registratie in het buitenland in Nederland tot de weg wordt toegelaten. Met het oog op de wachttijd na de aanvraag op een keuring, is de termijn waarbinnen deze keuring moet plaatsvinden vastgesteld op drie maanden. De in artikel 3 gegeven opsomming van documenten komt voor het overige overeen met de bestaande regeling dienaangaande, met dien verstande dat: mede naar aanleiding van het laten vervallen van het criterium 'duidelijke sporen van gebruik', de door de aanvrager over te leggen aankoopnota niet langer de kilometerstand van het voertuig behoeft te vermelden, en voor zover op basis van de verklaring van de aanvrager via een zogenaamde on-line-verbinding met een buitenlands register kan worden gecontroleerd of een voertuig in het land waar de aankoopnota vandaan komt eerder geregistreerd is geweest, de verklaring van 'niet-registratie' achterwege kan blijven. Zie in dit verband ook het algemeen deel van de toelichting. Artikel 4 Voor zover de aanvrager een officieel, door een bevoegde autoriteit afgegeven, document overlegt waaruit blijkt dat het voertuig eerder tot de openbare weg is toegelaten, wordt de datum van eerste toelating afgeleid uit dit document. Dit geschiedt aan de hand van de datum, de maand of het jaar van eerste toelating. Indien deze gegevens ontbreken wordt de datum vastgesteld aan de hand van de datum, de maand of het jaar van fabricage dan wel het modeljaar. De documenten kunnen onder meer zijn het originele voor het voertuig in een ander land afgegeven kentekenbewijs dan wel een door de bevoegde autoriteit van dat land gewaarmerkte kopie van dit kentekenbewijs, of een officiële verklaring van de bevoegde autoriteit van het land waar het voertuig voor de eerste maal tot het verkeer op de weg is toegelaten, omtrent deze toelating. Artikel 5 Indien bij de aanvraag van een kentekenbewijs geen documenten worden overgelegd aan de hand waarvan overeenkomstig de voorgaande artikelen de datum van eerste toelating kan worden vastgesteld, wordt de datum van eerste toelating bepaald aan de hand van het identificatienummer (VIN), waarbij wordt gekeken naar de uit dit nummer blijkende fabricagedatum of het uit dit nummer blijkende modeljaar. Biedt ook het identificatienummer geen houvast voor het bepalen van de datum van eerste toelating, dan bepaalt de Dienst Wegverkeer de datum van eerste toelating. Artikel 6 De keuringsdatum treedt in de plaats van de op grond van de voorgaande artikelen vastgestelde datum van eerste toelating indien door de vaststelling de datum van eerste toelating in de toekomst zou komen te liggen. Artikel 7 Voor zover een voertuig reeds eerder in Nederland tot de weg is toegelaten, wordt de datum van eerste toelating niet overeenkomstig de voorgaande artikelen vastgesteld, maar wordt de datum bepaald aan de hand van het kentekenregister of het eerder voor het voertuig afgegeven Nederlandse kentekenbewijs. Artikel 8 Als uitzondering op de regel dat de datum van eerste toelating wordt vastgesteld op de, al dan niet ambtelijk vastgestelde, datum van eerste registratie van het voertuig waar ook ter wereld, wordt in artikel 8 bepaald dat de datum van eerste toelating wordt vastgesteld op de datum van (feitelijke) ingebruikname indien het voertuig vóór toelating in gebruik is genomen. Deze situatie doet zich sporadisch voor. Als voorbeelden kunnen worden genoemd legervoertuigen en voertuigen welke voor een periode op een bedrijfsterrein zijn ingezet. Artikel 9 In artikel 9 worden regels vastgesteld ten behoeve van de vaststelling van de identiteit en de datum van eerste toelating van zogenaamde samengestelde voertuigen. Artikel 10 Voor zover de bij de toelating van een voertuig betrokken ambtenaren twijfelen over de juistheid van de vastgestelde datum van eerste toelating, biedt artikel 10 de mogelijkheid om de datum te verifiëren in buitenlandse registers. Deze verificatie kan zowel via datacommunicatie als via andere kanalen (bijvoorbeeld schriftelijk) plaatsvinden. Mocht deze verificatie in de loop der komende jaren op voldoende eenvoudige wijze kunnen plaatsvinden, dan kan deze wellicht in de plaats treden voor het onderzoek op basis van documenten. Om de registratie en verkoop van een voertuig niet te veel te stagneren, dient het onderzoek in buitenlandse registers binnen een termijn van drie weken te worden uitgevoerd. Na deze termijn dient in elk geval, ook indien het onderzoek nog gaande is, een kentekenbewijs te worden afgegeven. Wordt achteraf alsnog geconstateerd dat de op het kentekenbewijs vermelde datum onjuist is, dan kan het kentekenbewijs ongeldig worden verklaard ten behoeve van de registratie van de juiste datum van eerste toelating. Tot slot zij vermeld dat artikel 10 ook op de in artikel 1 bedoelde voertuigen van toepassing is. De Minister van Verkeer en Waterstaat, A. Jorritsma-Lebbink. Uit: Staatscourant 1997, nr. 38 / pag. 9