"Lexicon van wijdverbreide misverstanden over voedsel / Vooroordelen en misverstanden van alcohol tot zoetstof" Udo Pollmer en Susanne Warmuth / 2000 Vertaald door Ralph Wallenborn / 2003 ("Lexicon der polulären Ernährungsirrtümer, Mißverständnisse, Fehlinterpretationen und Halbwahrheiten") Uitgeverij Bert Bakker ISBN 90-351-2345-x Begin 2009 bij DeSlegte voor 8,99. Blz 297: Zout Zout verhoogt de bloeddruk Ontelbare malen geventileerd, drong deze bewering in de laatste decennia door tot de niet te stuiten hoeveelheid vaktijdschriften en andere bladen die de gezonde voeding propageren. Als geen ander voedingsadvies beklijfde het in het algemene gezondheidsbewustzijn en zorgde bij miljoenen mensen - die morrend, maar volgzaam de zoutstrooier in de kast lieten staan - voor laf eten. En toch was de relatie tussen de bloeddruk en de zoutconsumptie van begin af aan omstreden. De aanval tegen het zout begon in 1972 met een wetenschappelijke publicatie, waarin proeven met ratten werden beschreven, waarbij hun bloeddruk steeg als men zout door het voer deed. Het ging echter om een bijzondere, zoutgevoelige rattensoort, en de hoeveelheid die de dieren moesten eten, zou - omgerekend naar mensen - overeenkomen met een dagelijkse dosis van een pond zout! Veel voedingsgeneeskundigen maakten echter dankbaar gebruik van de studieresultaten en leidden hiervan adviezen voor de consument af. De tweede studie, die de zoutdiscussie - en ondertussen de gezondheidspolitiek - tot vandaag de dag beslissend heeft beinvloed, is de zogenaamde Intersaltstudie (1988). Bij dit onderzoek vergeleken artsen 52 bevolkingsgroepen uit alle delen van de wereld. De uitkomsten leidden tot een verrassend resultaat: als er überhaupt een relatie tussen de zoutconsumptie en de bloeddruk bestond, dan in de vorm dat de bloeddruk met een stijgende zouttoevoer daalde! De groep met de hoogste zoutconsumptie (gemiddeld 14 gram per dag), de bewoners van de Chinese regio Tianjin, had in ieder geval geen hogere bloeddruk dan Afro-Amerikanen uit Chicago, die slechts zes gram per dag nuttigden. Daarmee had de zouthypothese van tafel kunnen zijn. Maar het gezichtsverlies voor de experts zou enorm geeweest zijn, tenslotte waren zij het al lang eens geworden over een waarschuwing tegen zout. Als noodoplossing bediende men zich van de statistiek. Hier kon men vier natuurvolkeren aanhalen, die volledig uit het kader van de Intersaltstudie vallen. Ze aten nauwelijks zout en hadden ook geen verhoogde bloeddruk. Alleen als men deze 'spelbedervers' in de uitkomsten betrok, kon men een vage relatie tussen de zoutconsumptie en de bloeddruk construeren. Dat bij de principieel andere leefwijze van deze volkeren ook heel andere factoren een rol zouden kunnen spelen, was blijkbaar niet interessant. In plaats daarvan werden deze twijfelachtige bevindingen als basis gebruikt voor de gezondheidspolitieke richtlijnen van de gehele westerse wereld. Met de oproep om afstand te doen van zout, hadden de artsen natuurlijk de beste bedoelingen: omdat de bloeddruk een risicofactor voor hart- en vaatziekten is, zouden hierdoor veel levens gered kunnen worden. De overweging daarbij was: de mensen zijn makkelijker over te halen om minder zout te gebruiken dan te stoppen met roken en lichamelijk actief te worden (wat daadwerkelijk blijvende voordelen voor de gezondheid zou opleveren). Ondertussen brengen steeeds meer grondige wetenschappelijke studies naar voren, dat de spaarzame omgang met zout noch de bloeddruk van brede lagen in de bevolking omlaag brengt, noch de levensverwachting laat stijgen. Zelfs patiënten met een hoge bloeddruk profiteren hier vaak weinig van, en hooguit pas bij drastische beperkingen. Hiervan twee voorbeelden (beiden zijn in 1997 gepubliceerd): Aan een drie jaar durend Amerikaans onderzoek (TOPH II) namen een paar duizend mensen deel van wie de bloeddruk 'in het bovenste normgebied' lag. Ze kregen zoutarm eten en na zes maanden was hun bloeddruk gemiddeld met 2.9mmHg (systolisch, 'bovenste' waarde) respectievelijk 1,6mmHg (diastolisch, 'onderste' waarde) gedaald. Aan het einde van de drie onderzoeksjaren was van deze minimale verbetering echter nauwelijks nog iets te bespeuren. Voor een andere studie (DASH) werd de deelnemers een voedingswijze voorgeschreven die uit veel fruit en groente evenals melkproducten met een laag vetgehalte bestond. Na drie weken was de bloeddruk in de groep met een 'milde hypertonie' al met 5,5 respectievelijk 3,0mmHg gedaald, bij de groep met een grotere verhoogde bloeddruk waren de waarden zelfs 11,4 en 5,5mmHg lager. En dat - dat is verbazingwekkend - bij een constante zoutconsumptie. De mythe van het dodelijke zout wankelt meer dan ooit. Intussen stellen wetenschappers al de vraag, of de algemene aanbeveling om minder zout te eten misschien meer schaadt dan baat. Juist bij oudere mensen is het stoppen met zout riskant. Het heeft gevolgen voor de geestelijke capaciteiten en onderdrukt de dorst, zodat zij te weinig vloeistof opnemen. Twee recentere studies impliceren dat de inperking van de zoutconsumptie in het algemeen de sterfte en hart- en vaatziekten bevordert - en wel des te meer naarmate er minder zout wordt gegeten. Zeker is intussen dat door het stoppen met zout de cholesterolspiegel stijgt, vooral het als schadelijk te boek staande LDL-cholesterol. En omdat veel patiënten zowel tot een zoutarme als tot een cholesterolverlagende voeding worden aangepsoord, blijven ze als trouwe klant terugkomen bij hun arts. Vermoedelijk is het ziekelijk dat artsen en gezondheidspolitici de dingen zo eenvoudig mogelijk willen benaderen. Bill Harlan, van beroep leider van de afdeling preventieve geneeskunde bij het Amerikaanse Ministerie van Gezondheid, formuleerde het als volgt: 'Een ieder van ons wil een eenvoudig antwoord op de vraag "mag ik of mag ik niet?" horen. Niemand wil afwachten totdat de studie is afgerond; want dat kan wel eens vijf jaar duren. De mensen willen meteen een antwoord [...] Dat leidt ertoe dat wij constant genoopt zijn om standpunten te kiezen en te vergetenwoordigen, zelfs als deze wetenschappelijk niet te rechtvaardigen zijn.' En zo moeten we tot de dag van vandaag met het verwijt leven dat we te veel zout gebruiken - en dat tegen beter weten in. BRONNEN G. Taubes: The (political) science of salt. Science 1998/281/S. 898 L.J. Appel et al.: A clinical trial of the effects of dietary patterns on blood pressure. New England Journal of Medicine 1997/336/S. 1117 Intersalt Cooperative Research Group: Intersalt: an international studiy of electrolyte excretion and blood pressure. Result for 24 hours urinary sodium and potassium ezeretion. Britisch Medical Journal 1988/297/S. 319 J.P. Midgley et al.: Effect of reduced dietary sodium on blood pressure. Journal of the American Medical Association 1998/275/S. 1590 N.A. Groudal et al.: Effects of sodium restriction on blood pressure, renin, aldosterone, catecholamines, cholesterols, and triglycerides. Journal of the American Medical Association 1998/279/S. 1383 M.H. Aldermann et al.: Dietary sodium intake and mortality: the National Health and Nutrition Examination Survey (NHANES I). Lencet 1998/351/S. 781 M.H. Aldermann et al.: Low urinary sodium is associated with greater risk of myocardial infarction among hypertensive men. Hypertension 1995/25/S. 1144 E.C. Luft: Cum grano salis. Deutsche Medizinische Wochenschrift 1999/124/S. 1351 F.C. Luft: Salt and hypertension at teh close millennium. Wiener Klinische Wochenschrift 1998/110/S. 459 Blz. 300: Zout 2 Een goed dieet bevat geen zout Veel diëten zijn zoutarm. In plaats van andere geneugten worden kaliumrijke gerechten zoals rijst en groente aanbevolen. Kalium werkt in het lichaam als een tegenspeler van het in het kookzout aanwezige natrium. Deze truc is net zo goedkoop als riskant: zout bindt water in het lichaam. Als natrium door kalium wordt verdrongen, functioneert dit niet meer. Op deze manier zorgen zulke diëten voor een snel waterverlies. De betreurenswaardige slachtoffers van vrouwentijdschriften verwarren de daarmee verbonden gewichtsafname met een vetvermindering. Als u bovendien het advies opvolgt om bij honger een glas water te drinken, wordt extra kookzout afgestoten. Dat kan in het ergste geval - als heel veel water of thee wordt gedronken, omdat dat zo goed voor de nieren is en bovendien het lichaam ontslakt - een 'hyponatremie' veroorzaken, een acuut natriumgebrek. Vaak voorkomende bijwerkingen van zulke diëten en eerste waarschuwingssignalen zijn duizeligheid en misselijkheid en het kan zelfs leiden tot een blijvende beschadiging van de hersenen. BRONNEN H. Glatzel: Wege und Irrwege moderner Ernährung. Stuttgart 1982 P. Bhalla: Hyponatraemic seizures and excessive intake of hypotonic fluids in young children. British Medical Journal 1999/319/S. 1554 J. Ayus et al.: Chronic hyponatraemic encephalopathy in ostmenopausal women. Journal of the American Medical Association 19999/281/S. 2299