5.12.66-70 Aanhangwagens >750kg 5.13.66-70 Aanhangwagens <750kg Oude Regeling Algemene Periodieke Keuring: http://www.rdw.nl/NR/rdonlyres/4E770B51-8525-438A-9C7D-8661AB148650/0/03keuringseisen.pdf xxxxxxxxxxx APK Keuringseisen 5.12 Aanhangwagens Verbinding trekkend motorrijtuig en aanhangwagen Keuringseisen Wijze van keuren Regelgeving Algemene Periodieke Keuring Aanvulling 13 corr versie 12-2007 181 § 11. Verbinding tussen trekkend motorrijtuig en aanhangwagen Artikel 5.12.66 koppelinrichting (algemeen) 1. De koppeling en de trekdriehoek of trekboom van aanhangwagens moeten deugdelijk zijn bevestigd en mogen niet gescheurd, gebroken dan wel overmatig gesleten zijn. Visuele controle, terwijl de aanhangwagen zich boven een inspectieput of op een hefinrichting bevindt. 2. De trekdriehoek of trekboom alsmede alle profielen die daar deel van uitmaken, met inbegrip van schoren, versterkingsstrippen en bevestiging, mogen niet door corrosie zijn aangetast, met uitzondering van verschijnselen van corrosie van het oppervlak. Visuele controle. 3. De trekdriehoek mag niet zodanig zijn vervormd dat een langsbeen, gemeten over een afstand van 0,90 m, een uitwijking heeft van meer dan 18 mm ten opzichte van de rechte lijn. In geval van twijfel wordt met behulp van een geschikt meetmiddel en een aanliggende stalen rei gemeten. 4. Middenasaanhangwagens waarvan de toegestane maximum massa niet meer bedraagt dan 1500 kg en die niet zijn voorzien van een losbreekreminrichting, moeten zijn voorzien van een hulpkoppeling. De hulpkoppeling moet deugdelijk zijn bevestigd en mag niet vervormd, gescheurd, gebroken dan wel overmatig gesleten zijn. 5. Middenasaanhangwagens die zijn voorzien van een losbreekreminrichting, mogen niet tevens zijn voorzien van een hulpkoppeling. 6. Delen van de koppeling van aanhangwagens mogen tijdens het ontkoppelen, het losbreken of in afgekoppelde toestand het wegdek niet kunnen raken. Leden 4, 5 en 6. Visuele controle. Artikel 5.12.67 kogelkoppeling Indien de aanhangwagen is voorzien van een kogelkoppeling, a. moet de sluit- en borginrichting goed functioneren; b. mogen de onderdelen niet zijn vervormd. Visuele controle, waarbij de sluit- en borginrichting met behulp van een koppelingskogel wordt gecontroleerd. Artikel 5.12.68 trekoog 1. Indien de aanhangwagen is voorzien van een trekoog met een nominale inwendige diameter van 40 mm: a. mag de inwendige diameter van het trekoog niet meer dan 41,5 mm bedragen; Er wordt in alle richtingen gemeten met een geschikt meetmiddel, bijvoorbeeld een kaliber. b. moet de dikte van het trekoog ten minste 28,0 mm bedragen. Ter plaatse van de slijtagevlakken wordt gemeten met een geschikt meetmiddel. 2. Indien de aanhangwagen is voorzien van een trekoog met een nominale inwendige diameter van 50 mm: a. mag de inwendige diameter van het trekoog niet meer dan 52,5 mm bedragen; Er wordt gemeten met een geschikt meetmiddel, bijvoorbeeld een kaliber. b. moet de dikte van het trekoog ten minste 41,5 mm bedragen. Ter plaatse van de slijtagevlakken wordt gemeten met een geschikt meetmiddel. 3. Indien de aanhangwagen is voorzien van een trekoog met een nominale inwendige diameter van 57,5 mm: a. mag de inwendige diameter van het trekoog niet meer dan 59,5 mm bedragen; Er wordt gemeten met een geschikt meetmiddel, bijvoorbeeld een kaliber. b. moet de dikte van het trekoog ten minste 19 mm bedragen. Ter plaatse van de slijtagevlakken wordt gemeten met een geschikt meetmiddel. 4. Het trekoog mag niet zijn vervormd of gescheurd. Leden 4 en 5 en 6. Visuele controle. 5. Het trekoog mag niet zijn voorzien van een ingelaste trekoogbus. 6. Het trekoog mag niet zijn hersteld door middel van lassen of oplassen. Artikel 5.12.69 schotelkoppeling, opleggerkoppeling 1. Indien de oplegger is voorzien van een koppelingspen van 2 inch: a. moet de diameter van de kleinste doorsnede van de pen ten minste 49,0 mm bedragen; b. moet de diameter van de doorsnede van het gedeelte van de pen dat direct boven de kleinste doorsnede is gelegen, ten minste 70,0 mm bedragen. 2. Indien de oplegger is voorzien van een koppelingspen van 3,5 inch: a. moet de diameter van de kleinste doorsnede van de pen ten minste 86,0 mm bedragen; b. moet de diameter van de doorsnede van het gedeelte van de pen dat direct boven de kleinste doorsnede is gelegen, ten minste 110,0 mm bedragen. Leden 1 en 2. Er wordt gemeten met een geschikt meetmiddel, bijvoorbeeld een kaliber, waarbij het meetgedeelte van het gereedschap ter plaatse van de koppelingspen ten minste 2 mm en ten hoogste 4 mm dik is. 3. De plaat van de opleggerkoppeling mag niet in ernstige mate zijn vervormd of ingesleten. De profielen die deel uitmaken van de ondersteuning van de plaat van de opleggerkoppeling mogen niet ernstig door corrosie zijn aangetast. In geval van twijfel wordt met behulp van een geschikt meetmiddel en een aanliggende stalen rei in alle richtingen en zo dicht mogelijk bij de koppelingspen gemeten, waarbij de artikelen 2.11.6, 2.11.7 en 2.11.8 van de Regeling permanente eisen van toepassing zijn Artikel: 2.11.6: Meten koppelingsplaat (max. massa > 6000 kg) 2.11.7: Meten koppelingsplaat (max. massa < 6000 kg) 2.11.8: Wijze van keuren Indien sprake is van corrosie geschiedt de controle op de wijze zoals bepaald in hoofdstuk 2, titel 2 van de Regeling permanente eisen. 4. Onze Minister stelt regels vast omtrent het bepaalde in het derde lid. Artikel 5.12.70 bijzondere constructies Onze Minister stelt regels vast met betrekking tot bijzondere constructies voor het koppelen van voertuigen en andere koppelingen dan bedoeld in de artikelen 5.12.67 tot en met 5.12.69. De artikelen 2.11.3, 2.11.5 en 2.11.8 van de Regeling permanente eisen zijn van toepassing. Artikel: 2.11.3: Beoordeling DAF koppeling 2.11.5: Beoordeling trekoog 2.11.8: Wijze van keuren xxxxxxxxxxxxxxxx