Haakkoppelingen Oud: 5.2.66-70 personenauto: zie 5.3.66-70 5.3.66-70 bedrijfsauto: eisen haakkoppeling alleen van toepassing op 1 enkel type, conform doorsnede-tekening (permanente eisen 2.11.4, niet-draaibare haak) Nieuw: 5.2.66-70 5.3.66-70 geen eisen anders dan kogel/vangmuil-bout(40/50/57.5mm)/schotel Oude Regelgeving Algemene Periodieke Keuring http://www.rdw.nl/NR/rdonlyres/4E770B51-8525-438A-9C7D-8661AB148650/0/03keuringseisen.pdf xxxxxxxxxxxxxxx APK Keuringseisen 5.2 Personenauto’s Verbinding personenauto en aanhangwagen Keuringseisen Wijze van keuren Regelgeving Algemene Periodieke Keuring Aanvulling 13 corr versie 12-2007 59 § 11. Verbinding tussen personenauto en aanhangwagen Artikel 5.2.66 koppelinrichting (algemeen) Indien de personenauto is voorzien van een inrichting tot het koppelen van een aanhangwagen, moet deze inrichting deugdelijk zijn bevestigd en mag deze niet zijn gescheurd, gebroken of vervormd. Onze Minister stelt regels vast met betrekking tot de deugdelijkheid van de bevestiging. Visuele controle, terwijl de personenauto zich boven een inspectieput of op een hefinrichting bevindt. Indien sprake is van corrosie ter plaatse van de bevestiging geschiedt de controle op de wijze zoals bepaald in hoofdstuk 2, titel 2, van de Regeling permanente eisen. Artikel 5.2.67 koppelinrichting 1. Indien een personenauto is voorzien van een koppelingskogel met een kogel met een nominale diameter van 50 mm: a. moet de diameter van de kogel ten minste 49,0 mm bedragen; Het bolvormige gedeelte wordt gemeten met een geschikt meetmiddel. b. moet de sluit- en borginrichting van een afneembare kogel goed functioneren en moet de bevestiging van het kogelgedeelte nagenoeg spelingvrij zijn. Visuele controle. 2. Bij personenauto's die zijn voorzien van andere inrichtingen tot het koppelen van een aanhangwagen dan bedoeld in het eerste lid, moet worden voldaan aan het bepaalde bij of krachtens de artikelen 5.3.68 en 5.3.70. xxxxxxxxxxxxxxxxx xxxxxxxxxxxxxxxx APK Keuringseisen 5.3 Bedrijfsauto’s Verbinding bedrijfsauto en aanhangwagen Keuringseisen Wijze van keuren Regelgeving Algemene Periodieke Keuring Aanvulling 13 corr versie 12-2007 116 § 11. Verbinding tussen bedrijfsauto en aanhangwagen Artikel 5.3.66 koppelinrichting (algemeen) 1. Indien de bedrijfsauto is voorzien van een inrichting tot het koppelen van een aanhangwagen, moet deze inrichting deugdelijk zijn bevestigd en mag deze niet gescheurd, gebroken, vervormd dan wel overmatig gesleten zijn, onverminderd het bepaalde in artikel 5.3.68, tweede lid, onderdeel h. Onze Minister stelt regels vast met betrekking tot de deugdelijkheid van de bevestiging. Visuele controle, terwijl de bedrijfsauto zich boven een inspectieput of op een hefinrichting bevindt. Indien sprake is van corrosie ter plaatse van de bevestiging geschiedt de controle op de wijze zoals bepaald in hoofdstuk 2, titel 2 , van de Regeling permanente eisen. 2. De achtertraverse met inbegrip van alle profielen die daar deel van uitmaken, moet deugdelijk zijn bevestigd en mag: a. Geen breuken of scheuren vertonen; b. Niet door corrosie zijn aangetast, met uitzondering van corrosie van het oppervlak. Visuele controle, terwijl de bedrijfsauto zich boven een inspectieput of op een hefinrichting bevindt. Artikel 5.3.67 koppelinrichting Indien de bedrijfsauto is voorzien van een koppelingskogel met een kogel met een nominale diameter van 50 mm: a. moet de diameter van de kogel ten minste 49,0 mm bedragen; Het bolvormige gedeelte wordt gemeten met een geschikt meetmiddel. b. moet de sluit- en borginrichting van een afneembare kogel goed functioneren en moet de bevestiging van het kogelgedeelte nagenoeg spelingvrij zijn. Visuele controle. Artikel 5.3.68 vangmuilkoppeling 1. Indien de bedrijfsauto is voorzien van een vangmuilkoppeling met een nominale pendiameter van: a. 40 mm, moet de pendiameter ten minste 36,5 mm bedragen; b. 50 mm, moet de pendiameter ten minste 46 mm bedragen; c. 57,5 mm, moet de pendiameter ten minste 55 mm bedragen. Het kontaktgedeelte van de pen met het trekoog wordt gemeten met een geschikt meetmiddel. 2. De in het eerste lid bedoelde koppelingen moeten voldoen aan de volgende eisen: a. de opwaartse speling van de pen mag niet meer dan 5 mm bedragen; De pen wordt omhoog bewogen met behulp van bijvoorbeeld een schroevedraaier, waarbij de koppeling gesloten moet zijn en de handborg of controlestift voor zover mogelijk buiten werking moet zijn gesteld, teneinde de speling in het sluitingsmechanisme en de bovenste lagerbus van de pen bij de beoordeling te betrekken. In geval van twijfel wordt gemeten met een geschikt meetmiddel. b. de radiale speling in de onderste bus mag niet meer dan 2 mm bedragen; In geval van twijfel meten met bijvoorbeeld een stukje haaks omgezet rondstaal van 2 mm. c. de onderste lagerbus mag niet loszitten en de bevestiging ervan mag niet zijn uitgeslagen; Visuele controle. d. de sluit- en borginrichting moet goed functioneren; Visuele controle, terwijl de koppeling wordt geopend en gesloten. e. de radiale speling van de trekstang in de lagering in de achterbalk mag niet meer dan 2 mm bedragen; De trekstang wordt op- en neerwaarts en van links naar rechts bewogen. In geval van twijfel wordt gemeten met bijvoorbeeld een stukje haaks omgezet rondstaal van 2 mm. f. axiale speling van de trekstang in de lagering in de achterbalk is niet toegestaan; De trekstang wordt axiaal bewogen. g. de bevestigingsmoer van de trekstang moet deugdelijk vastzitten en moet goed geborgd zijn; Visuele controle. Een eventuele stofkap wordt verwijderd. h. het gedeelte van de vangmuil dat als geleiding voor het trekoog tijdens het aankoppelen is bedoeld, mag tekenen van vervorming, van scheuren of van uitgebroken delen vertonen, mits daardoor de sterkte of het functioneren van de koppeling met inbegrip van de sluit- en borginrichting niet wordt aangetast. Herstel daarvan door middel van lassen is toegestaan. Visuele controle. Artikel 5.3.69 schotelkoppeling, opleggerkoppeling 1. Indien de bedrijfsauto is voorzien van een schotelkoppeling van 2 of 3,5 inch, mag: a. de onvlakheid van de schotel niet meer dan 3,5 mm bedragen; b. de onvlakheid van de schotel, in afwijking van het bepaalde onder a, voor wat betreft de uiterste linker- en rechterzijde over een breedte van 50 mm, gemeten vanaf de buitenzijde van de schotel, niet meer dan 5 mm bedragen; c. de diepte van groeven langer dan 100 mm niet meer dan 2,5 mm bedragen. Dit lid is niet van toepassing op kunststofdelen op de schotelkoppeling die bedoeld zijn als slijtvlak. In geval van twijfel wordt met behulp van een geschikt meetmiddel en een aanliggende stalen rei in alle richtingen over het hart van de schotel gemeten. 2. Een schotelkoppeling moet deugdelijk zijn bevestigd. Visuele controle. 3. De speling in de sluitinrichting van een schotelkoppeling van 2 inch mag, uitgaande van een niet gesleten 2 inch pen, in de lengterichting van het voertuig niet meer dan 2 mm bedragen. Controleren met behulp van: a. een standaard pen van 2 inch, die voldoet aan de nieuwmaat toleranties en voorzien is van een vlakke plaat waarbij het uitstekende deel van de pen een hoogte heeft van ten minste 82,5 en ten hoogste 82,7 mm, dan wel b. een oplegger met een pen van 2 inch daarbij rekening houdend met een eventuele gemeten slijtage van de pen. In geval van twijfel wordt gemeten met een geschikt meetmiddel. 4. De sluit- en borginrichting moet goed functioneren. Visuele controle terwijl de sluit- en borginrichting wordt geopend en gesloten. Artikel 5.3.70 bijzondere constructies Onze Minister stelt regels vast met betrekking tot bijzondere constructies voor het koppelen van voertuigen en andere koppelingen dan bedoeld in de artikelen 5.3.67, 5.3.68 en 5.3.69. Visuele controle, waarbij de artikelen 2.11.2, 2.11.4 en 2.11.8 van de Regeling permanente eisen van toepassing zijn. Artikel: 2.11.2: Beoordeling schotelkoppeling 2.11.4: Beoordeling haakkoppeling 2.11.8: Wijze van keuren