Subject: Re: Max bevestigingshoogte kentekenplaten? (was: Weer die k**vrachtwagens zonder geschikt schoeisel From: "Johannes" Date: Sun, 31 Jan 2010 01:45:02 +0100 Newsgroups: nl.auto,nl.politiek,nl.juridisch "Willem-Jan Markerink" schreef in bericht news:Xns9D118659633wjmarkerinka1nl@130.133.4.10... > "Johannes" wrote in > news:4b64bbab$0$32606$6d5eeec5@onsnet.xlned.com: > >> >> "Johannes" schreef in bericht >> news:4b64b79a$0$27759$6d5eeec5@onsnet.xlned.com... >>> >>> "KE" schreef in bericht >>> news:650ec$4b64045b$5ed488fe$13601@cache2.tilbu1.nb.home.nl... >>>> "Willem-Jan Markerink" schreef in bericht >>>> news:Xns9D106FE81B226wjmarkerinka1nl@130.133.4.10... >>>>> "Omnibus" wrote in news:4b6400fe$0$22913 >>>>> $e4fe514c@news.xs4all.nl: >>>>> >>>>>> 112 Teletekst za 30 jan >>>>>> *************************************** >>>>>> Problemen door sneeuw op snelwegen >>>>>> >>>>>> *************************************** >>>>>> ` De ANWB waarschuwt dat het in het >>>>>> hele land glad is door bevriezing of >>>>>> sneeuw.Dat geldt plaatselijk ook voor >>>>>> snelwegen.Op de meeste snelwegen is >>>>>> alleen de rechterrijstrook berijdbaar. >>>>>> >>>>>> Vannacht heeft het overal gesneeuwd.Op >>>>>> de meeste plaatsen is zo'n 5 tot 8 >>>>>> centimeter gevallen.Op de A28 bij >>>>>> knooppunt Hoevelaken zorgen ongelukken >>>>>> met een vrachtwagen en een geldwagen >>>>>> voor problemen. >>>>>> >>>>>> De A28 richting Zwolle is afgesloten. >>>>>> Verkeer kan erlangs via de af- en >>>>>> opritten.Op de A1 richting Hengelo is >>>>>> de weg bij Oldenzaal dicht door een >>>>>> geschaarde vrachtwagen. >>>>>> *************************************** >>>>>> >>>>>> >>>>>> >>>>> >>>>> Geldwagens vormen vaak de ultieme combinatie van de meest >>>>> afgrijselijke wegligging/ophanging met achter het stuur de >>>>> grootstmogelijke hufters. >>>>> >>>>> (jaren geleden eens een anecdote over gepost, die ratten speelden >>>>> pure russische roulette) >>>>> >>>>> >>>>> Grof schandaal dat die lompe wrakken niet van de weg worden gehaald. >>>>> >>>> Bij mijn plaatselijke bank zag ik ook eens zo'n zwaar toplastig ding >>>> staan, op rondom gladde banden. Dat ging mijn verstand te boven. >>> >>> Voor vrachtwagens is niet eens een minimumprofieldiepte voorgeschreven, >>> en dát gaat mijn verstand ook te boven. >>> Nog los van het feit dat ik nog nooit van winterbanden voor >>> vrachtwagens heb gehoord. >> >> Ook voor bedrijfswagens van >3500 kg TMM geldt géén >> minimumprofieldiepte: art. 5.3.27 lid 4 Regeling voertuigen. >> Idem voor bussen van > 3500 kg TTM: art. 5.3a.27 lid 4. >> Opmerkelijk. Volgens de Nederlandse wetgeving kun je legaal met een bus >> met 45 passagiers met spekgladde banden naar de wintersport! >> >> >> >> > > Het zou binnenkort afgelopen moeten zijn dacht ik, mogelijk reeds per > 1/1/2010? Ik heb er zojuist de tekst via www.wetten.nl op nagekenen (dan heb je de tekst actueel tot op vandaag) en het is tot op heden nog altijd zo dat bedrijfswagens en bussen boven 3500 kg TMM geen minimumprofieldiepte van de banden voorgeschreven hebben. > > Btw, ben jij ooit al eens ergens een voorschrift inzake maximale > bevestigingshoogte kentekenplaten tegengekomen? > (in BRD is dat 'onderkant max 200cm', leerde ik onlangs, en dat zou in EU- > context toch eigenlijk niet (meer) anders mogen zijn dan in NL....) > Voor wat betreft de maximumhoogte van de bevestiging van de kentekenplaat: Voor bedrijfswagens geldt: Bedrijfsauto's moeten aan de achterzijde zijn voorzien van een mogelijkheid tot bevestiging van een kentekenplaat. De bedoelde mogelijkheid moet voor bedrijfsauto's die in gebruik worden genomen na 31 december 1994 voldoen aan het bepaalde in richtlijn 70/222/EEG (PbEG 6 april 1970, L 76). Voor personenauto's geldt: Personenauto's moeten aan de achterzijde zijn voorzien van een mogelijkheid tot bevestiging van een kentekenplaat. De bedoelde mogelijkheid moet voor personenauto"s die in gebruik worden genomen na 31 december 1994, voldoen aan het bepaalde in richtlijn 70/222/EEG.. Dezelfde richtlijn dus. Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen 6 april 1970, L 76. Voor motorfietsen geldt (hetzelfde geldo ook voor driewielige motorrijtuigen): 1. Motorfietsen die in gebruik worden genomen na 31 oktober 1995, moeten voor wat betreft de plaats voor de montage van de achterste kentekenplaat voldoen aan het bepaalde in richtlijn 93/94/EEG. 2. Motorfietsen die in gebruik zijn genomen voor 1 november 1995, moeten aan de achterzijde zijn voorzien van een mogelijkheid tot bevestiging van een kentekenplaat. Voor personenauto's en bedrijfsauto's geldt vanaf de genoemde datum van eerste toelating een maximumhoogte van 1.20 m, doch indien de constructie het noodzakelijk maakt hoger, met een maximum van 2.00 m, en voor twee- en driewielige motorrijtuigen een maximumhoogte van 1,50 m. De richtlijnen 70/222/EEG en 93/94/EEG vind je hier: http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=CELEX:31970L0222:NL:HTML en http://www.parlement.com/9353000/1/j9vvh6nf08temv0/vi6sbth7lizk. Avis juridique important | 31970L0222 Richtlijn 70/222/EEG van de Raad van 20 maart 1970 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten betreffende de plaats en het aanbrengen van de achterste kentekenplaten van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan Publicatieblad Nr. L 076 van 06/04/1970 blz. 0025 - 0026 Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 13 Deel 1 blz. 0137 Bijzondere uitgave in het Deens: Serie I Hoofdstuk 1970(I) blz. 0172 Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 13 Deel 1 blz. 0137 Bijzondere uitgave in het Engels: Serie I Hoofdstuk 1970(I) blz. 0194 - 0195 Bijzondere uitgave in het Grieks: Hoofdstuk 13 Deel 1 blz. 0091 Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 13 Deel 1 blz. 0219 Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 13 Deel 1 blz. 0219 ++++ RICHTLIJN VAN DE RAAD van 20 maart 1970 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten betreffende de plaats en het aanbrengen van de achterste kentekenplaten van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan ( 70/222/EEG ) DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN , Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap , inzonderheid op artikel 100 , Gezien het voorstel van de Commissie , Overwegende dat de technische voorschriften waaraan motorvoertuigen krachtens de nationale wetgevingen moeten voldoen , onder andere betrekking hebben op de plaats en het aanbrengen van de achterste kentekenplaten ; Overwegende dat deze voorschriften van Lid-Staat tot Lid-Staat verschillen ; dat het derhalve noodzakelijk is dat alle Lid-Staten dezelfde voorschriften aannemen , hetzij ter aanvulling , hetzij in plaats van hun huidige regeling , met name ten einde voor ieder type voertuig de E.E.G.-goedkeuringsprocedure van de richtlijn van de Raad van 6 februari 1970 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten betreffende de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan ( 1 ) te kunnen invoeren , HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD : Artikel 1 Onder voertuig wordt in deze richtlijn verstaan ieder motorvoertuig met of zonder carrosserie , op ten minste vier wielen en met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van meer dan 25 km per uur , bestemd om aan het wegverkeer deel te nemen , alsmede de aanhangwagens daarvan , met uitzondering van voertuigen die zich over rails bewegen , landbouwtractoren , landbouwmachines en toestellen voor openbare werken . Artikel 2 De Lid-Staten mogen de E.E.G.-goedkeuring of de nationale goedkeuring van een voertuig niet weigeren om redenen die verband houden met de plaats en het aanbrengen van de achterste kentekenplaten , indien deze voldoen aan de voorschriften , vermeld in de bijlage . Artikel 3 De wijzigingen die noodzakelijk zijn om de voorschriften van de bijlage aan te passen aan de technische vooruitgang , worden vastgesteld overeenkomstig de procedure van artikel 13 van de richtlijn van de Raad van 6 februari 1970 betreffende de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan . Artikel 4 1 . Binnen achtjien maanden na kennisgeving van deze richtlijn voeren de Lid-Staten de nodige maatregelen in om aan het bepaalde in deze richtlijn te voldoen . Zij stellen de Commissie hiervan onmiddellijk in kennis . 2 . De Lid-Staten zien erop toe dat de tekst van alle belangrijke interne rechtsbepalingen die zij aanvaarden op het gebied waarop deze richtlijn van toepassing is , ter kennis van de Commissie wordt gebracht . Artikel 5 Deze richtlijn is gericht tot de Lid-Staten . Gedaan te Brussel , 20 maart 1970 . Voor de Raad De Voorzitter P . HARMEL ( 1 ) PB nr . L 42 van 23 . 2 . 1970 , blz . 1 . BIJLAGE 1 . VORM EN AFMETINGEN VAN DE PLAATS VAN DE ACHTERSTE KENTEKENPLAAT Deze plaats moet een rechthoekige , vlakke of nagenoeg vlakke oppervlakte bezitten van ten minste de volgende afmetingen : hetzij * lengte 520 mm * * hoogte 120 mm * hetzij * lengte 340 mm * * hoogte 240 mm * 2 . PLAATS EN STAND VAN DE KENTEKENPLATEN De plaats moet van dien aard zijn dat de op juiste wijze aangebrachte platen aan de volgende eisen voldoen : 2.1 . Stand van de plaat in de breedterichting Het midden van de plaat mag niet rechts gelegen zijn van het in de lengterichting lopende symmetrievlak van het voertuig . De linkerrand van de plaat mag niet links gelegen zijn van het verticale vlak evenwijdig is aan het symmetrievlak in de lengterichting van het voertuig en dat raakt aan het punt waar de dwarsdoorsnede van het voertuig in zijn totale breedte de grootste afmeting bereikt . 2.2 . Stand van de plaat ten opzichte van het symmetrievlak in de lengterichting van het voertuig De plaat moet loodrecht of nagenoeg loodrecht op het symmetrievlak in de lengterichting van het voertuig staan . 2.3 . Stand van de plaat ten opzichte van de verticaal De plaat moet zich in verticale stand bevinden , met een tolerantie van 5 * . Indien de vorm van het voertuig zulks vereist , mag de plaat evenwel de volgende helling ten opzichte van de verticaal hebben : 2.3.1 . een hoek van ten hoogste 30 * , indien de van het kenteken voorziene zijde naar boven gekeerd is en mits de bovenrand van de plaat zich niet meer dan 1,20 m boven het wegdek bevindt ; 2.3.2 . een hoek van ten hoogste 15 * , indien de van het kenteken voorziene zijde naar beneden gekeerd is en mits de bovenrand van de plaat zich meer dan 1,20 m boven het wegdek bevindt . 2.4 . Hoogte van de plaat boven het wegdek De hoogte van de onderrand van de plaat boven het wegdek mag niet minder dan 0,30 m bedragen ; de hoogte van de bovenrand van de plaat boven het wegdek mag niet meer dan 1,20 m bedragen . Indien het praktisch onmogelijk is aan dit laatste voorschrift te voldoen , mag deze hoogte evenwel meer bedragen dan 1,20 m , doch slechts zoveel meer als de constructie van het voertuig vereist ; in geen geval mag deze hoogte meer dan 2 m bedragen . 2.5 . Geometrische zichtbaarheidseisen De plaat moet zichtbaar zijn in de gehele ruimte die door de volgende vier vlakken wordt begrensd : twee verticale vlakken , gaande door de twee zijkanten van de plaat en naar buiten toe een hoek van 30 * vormende met het symmetrievlak in de lengterichting van het voertuig ; een vlak gaande door de bovenrand van de plaat en een hoek van 15 * in opwaartse richting vormende met het horizontale vlak ; het horizontale vlak door de onderrand van de plaat . ( Indien evenwel de hoogte van de bovenrand van de plaat boven het wegdek meer bedraagt dan 1,20 m , moet laatstgenoemd vlak een hoek van 15 * in neerwaartse richting met het horizontale vlak vormen . ) 2.6 . Bepaling van de hoogte van de plaat boven het wegdek De in de punten 2.3 . , 2.4 . en 2.5 . vermelde hoogten worden bepaald wanneer het voertuig ongeladen is . -------------------------------------------------------------------------------- Beheerd door het Publicatiebureau Zie ook http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=CELEX:31970L0222:NL:HTML. RICHTLIJN 93/94/EEG VAN DE RAAD van 29 oktober 1993 betreffende de plaats voor de montage van de achterste kentekenplaat van twee- of driewielige motorvoertuigen DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichtingen van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 110 A, Gelet op Richtlijn 92/61/EEG van de Raad van 30 juni 1992 betreffende de goedkeuring van twee- of driewielige motorvoertuigen(1) , Gezien het voorstel van de Commissie(2) , In samenwerking met het Europees Parlement(3) , Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité(4) , Overwegende dat de interne markt een ruimte zonder binnengrenzen omvat waarin het vrije verkeer van goederen, personen, diensten en kapitaal is gewaarborgd; dat er maatregelen moeten worden vastgesteld met het oog op de goede werking van de interne markt; Overwegende dat in elke Lid-Staat twee- of driewielige motorvoertuigen, wat de plaats voor de montage van de achterste kentekenplaat betreft, bepaalde technische kenmerken moeten vertonen die zijn vastgelegd in dwingende voorschriften welke van Lid-Staat tot Lid-Staat verschillen; dat deze verschillen het handelsverkeer binnen de Gemeenschap belemmeren; Overwegende dat deze belemmeringen voor de werking van de interne markt kunnen worden opgeheven, indien alle Lid-Staten dezelfde voorschriften aannemen ter vervanging van hun nationale regelgeving; Overwegende dat het noodzakelijk is geharmoniseerde voorschriften inzake de plaats voor de montage van de achterste kentekenplaat van twee- of driewielige motorvoertuigen vast te stellen om voor elk type van de genoemde voertuigen de goedkeuringsprocedures van Richtlijn 92/61/EEG te kunnen toepassen; Overwegende dat deze richtlijn niet ten doel heeft de afmetingen van de in de verschillende Lid-Staten gebruikte kentekenplaten te harmoniseren; dat het derhalve de taak van de Lid-Staten is erop toe te zien dat uitstekende kentekenplaten geen gevaar voor de gebruikers vormen, zonder dat zulks evenwel wijzigingen in de constructie van de voertuigen vergt; Overwegende dat vanwege de omvang en de gevolgen van het overwogen optreden in de betrokken sector de met deze richtlijn beoogde communautaire maatregelen noodzakelijk en zelfs onontbeerlijk zijn om het gestelde doel, namelijk de communautaire goedkeuring per type voertuig, te bereiken, en dat dit niet voldoende door de Lid-Staten afzonderlijk kan worden verwezenlijkt, HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD: Artikel 1 Deze richtlijn en haar bijlage zijn van toepassing op de plaats voor de montage van de achterste kentekenplaat van elk type voertuig als omschreven in artikel 1 van Richtlijn 92/61/EEG. Artikel 2 De procedure voor het verlenen van de goedkeuring wat de plaats voor de montage van de achterste kentekenplaat van een type twee- of driewielig motorvoertuig betreft, alsmede de voorwaarden voor het vrije verkeer van deze voertuigen zijn vastgesteld bij Richtlijn 92/61/EEG, respectievelijk in hoofdstuk II en hoofdstuk III. Artikel 3 De wijzigingen die noodzakelijk zijn om de in de bijlagen neergelegde voorschriften aan te passen aan de vooruitgang van de techniek, worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 13 van Richtlijn 70/156/EEG(5) . Artikel 4 1. De Lid-Staten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 1 mei 1995 aan deze richtlijn te voldoen en maken die bepalingen bekend. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis. Wanneer de Lid-Staten deze bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen naar de onderhavige richtlijn verwezen of wordt hiernaar verwezen bij de officiële bekendmaking van die bepalingen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de Lid-Staten. Vanaf de in de eerste alinea genoemde datum mogen de Lid-Staten het voor het eerst in het verkeer brengen van voertuigen die aan deze richtlijn voldoen niet verbieden om redenen die met de plaats voor de montage van de achterste kentekenplaat verband houden. Zij passen de in de eerste alinea bedoelde bepalingen toe vanaf 1 november 1995. 2. De Lid-Staten delen de Commissie de tekst mede van de bepalingen van intern recht die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied aannemen. Artikel 5 Deze richtlijn is gericht tot de Lid-Staten. Gedaan te Brussel, 29 oktober 1993. Voor de Raad De Voorzitter R. URBAIN (1) PB nr. L 255 van 10. 8. 1992, blz. 72. (2) PB nr. C 293 van 9. 11. 1992, blz. 38. (3) PB nr. C 337 van 21. 12. 1992, blz. 104 en besluit van 27 oktober 1993 (nog niet verschenen in het Publikatieblad). (4) PB nr. C 73 van 15. 3. 1993, blz. 22. (5) PB nr. L 42 van 23. 2. 1970, blz. 1. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 92/53/EEG (PB nr. L 225 van 10. 8. 1992, blz. 1). BIJLAGE 1. AFMETINGEN De afmetingen van de plaats voor de montage van de achterste kentekenplaat van motorvoertuigen(1) () zijn als volgt: 1.1. Bromfietsen en lichte vierwielers 1.1.1. breedte: 100 mm; 1.1.2. hoogte: 175 mm; of 1.1.3. breedte: 145 mm; 1.1.4. hoogte: 125 mm. 1.2. Motorfietsen, driewielers met een maximumvermogen tot 15 kW en andere vierwielers dan lichte vierwielers 1.2.1. breedte: 280 mm; 1.2.2. hoogte: 210 mm. 1.3. Driewielers met een maximumvermogen van meer dan 15 kW 1.3.1. De voorschriften voor personenauto's zijn van toepassing (Richtlijn 70/222/EEG). 2. ALGEMENE PLAATSING 2.1. De plaats voor de montage van de achterste kentekenplaat moet zich aan de achterzijde van het voertuig bevinden, zodanig dat: 2.1.1. de plaat geplaatst kan worden tussen de langsvlakken die gaan door de punten waar het voertuig het breedst is. 3. HELLING 3.1. De achterste kentekenplaat: 3.1.1. moet loodrecht staan op het middenlangsvlak van het voertuig; 3.1.2. mag een helling van ten hoogste 30° ten opzichte van de verticaal hebben indien de van het kenteken voorziene zijde naar boven gekeerd is; 3.1.3. mag een helling van ten hoogste 15° ten opzichte van de verticaal hebben indien de van het kenteken voorziene zijde naar beneden gekeerd is. 4. MAXIMUMHOOGTE 4.1. Geen enkel punt van de plaats voor de montage van de kentekenplaat mag zich op een hoogte van meer dan 1,50 m boven het wegdek bevinden wanneer het voertuig beladen is (bedrijfsklare massa plus 75 kg). 5. MINIMUMHOOGTE 5.1. Geen enkel punt van de plaats voor de montage van de kentekenplaat mag zich op een hoogte van minder dan 0,20 m of de straal van het wiel, indien deze minder bedraagt dan 0,20 m, boven het wegdek bevinden wanneer het voertuig beladen is (bedrijfsklare massa plus 75 kg). 6. GEOMETRISCHE ZICHTBAARHEID 6.1. De plaats voor de montage van de kentekenplaat moet zichtbaar zijn binnen een ruimte die wordt begrensd door twee tweevlakshoeken: één met een horizontale ribbe en bepaald door twee vlakken die door de boven- en onderrand van de plaats voor de montage van de plaat gaan en onder de in figuur 1 aangegeven hoeken ten opzichte van de horizontaal staan; de andere met een vrijwel verticale ribbe en bepaald door twee vlakken die door de zijranden van de plaat gaan en die onder de in figuur 2 aangegeven hoeken ten opzichte van het middenlangsvlak staan. Figuur 1 Geometrische zichtbaarheidshoek (tweevlakshoek met horizontale ribbe) Figuur 2 Geometrische zichtbaarheidshoek (tweevlakshoek met horizontale ribbe) Zie ook http://www.parlement.com/9353000/1/j9vvh6nf08temv0/vi6sbth7lizk.