http://198.173.255.220/dut/con_dut.html Subject: De grote leugen van de bezetting From: "Pinhead" Date: Mon, 2 Feb 2004 01:41:47 +0100 Newsgroups: nl.politiek,nl.religie Onder het mom van antizionisme - dat in de praktijk vaak op antisemitisme uitdraait - worden heel wat onjuistheden genoemd over het ontstaan van de staat Israël. Een van de hardnekkigste mythen in het conflict is de idee dat 'Palestina' wordt bezet door de Joden. De zionisten verdreven de oorspronkelijke bewoners van het gebied, de Palestijnse Arabieren, en werden daarbij gesteund door de Britse kolonisator. Deze gaf de zionisten de vrije hand, beweren veel mensen. Maar stemt dit overeen met de feiten? Feit 1 Met de val van het Ottomaanse Rijk in 1918 kwam er een einde aan een bijna vier eeuwen lang bestuurd moslimrijk. Er bestonden in die periode geen afzonderlijke Arabische staten. Dat veranderde toen de overwinnaars van de Eerste Wereldoorlog het gebied opdeelden. Frankrijk eigende zich Syrië en Libanon toe en Groot-Brittannië ging het mandaatgebied Palestina besturen. Het gebied 'Palestina' besloeg grofweg het huidige Jordanië en Israël, inclusief de Jordaanoever en de Golan-hoogte (dat dus in tegenstelling tot wat Syrië beweert niet al eeuwenlang aan Damascus toebehoort). In 1917 besluit Arthur James Balfour, de Britse minister van Buitenlandse Zaken, dat Palestina het nationale thuisland van de Joden moet worden. Vier jaar later verdeelt de Britse secretaris voor Koloniën, Winston Churchill, het mandaatgebied tussen een gebied ten westen van de Jordaan, Palestina/Israël, en een gebied ten oosten van de Jordaan, Trans-Jordanië. Tegelijk creëert de Britse regering Irak. De regering in Londen sluit een aantal akkoorden met de Arabische vorstenhuizen, waardoor deze het bestuur in handen krijgen van Irak, Trans-Jordanië en Saoedi-Arabië. Een Joodse staat, zoals toegezegd in de Balfour Declaratie, komt er echter niet. De Britten komen wel met een aantal verdelingsplannen voor het gebied tussen de Jordaan en de Middellandse Zee, maar de Arabische leiders verwerpen deze allemaal (uitgezonderd koning Feisal van Irak, die in 1919 al een akkoord over vrede en tolerantie sluit met Chaim Weizman, vertegenwoordiger van de Zionistische beweging). Een aantal leden van de Britse regering en de militaire leiding zijn antisemitisch en hebben daarom geen enkele behoefte een staat voor de Joden te creëren. Bovendien hebben de Britten behoefte aan olie, waaraan het de Arabische vorstendommen niet ontbreekt. De Joodse immigratie naar Eretz Yisrael gaat intussen door. In 1919 leven er circa 90.000 Joden tussen ruim 600.000 Arabieren. In de volgende vier jaar brengt de zogeheten derde aliyah 35.000 Joden naar Eretz Yisrael. Tijdens de vierde aliyah, tussen 1924 en 1928, komen nog eens 80.000 Joden naar het land, en in de vijfde aliyah (1929-1938) vestigen 250.000 Joden zich in Eretz Yisrael. Niet tot genoegen van de Arabische bevolking die zich van begin af aan verzet tegen de Joodse nederzettingen. Een jaar na het akkoord tussen Weizman en Feisal zijn er in Jeruzalem Arabische rellen. "Dood aan de Joden" en "Palestina is ons land en de Joden zijn onze honden" schreeuwen de Arabieren. De Britse autoriteiten grijpen in; niet door de Arabieren aan te pakken, maar met het arresteren van Joodse leiders. De Britten beperken tegelijk de Joodse immigratie en leggen de Joden restricties op in het aankopen van land. Dat beleid voeren de Britten tot 1947, het jaar waarin ze hun mandaat overdragen aan de Verenigde Naties. Tussen 1920 en 1940 blijft het onrustig in het Britse mandaatgebied. Arabieren houden stakingen, laten petities circuleren, vallen met regelmaat Joodse nederzettingen aan en komen verscheidene malen in opstand. In augustus 1929 worden bij Arabische rellen 113 Joden vermoord en raken er 400 gewond. In de jaren dertig volgen meer rellen door de Arabische bevolking. De Britse regering stelt in 1937 de Commissie Peel in die met een reeks aanbevelingen komt om de rust te herstellen. De Commissie neemt onder meer afstand van de Balfour-verklaring door de Joden een smalle strook land langs de kust toe te zeggen. De Arabieren reageren op de voorstellen van Peel met een heuse opstand die twee jaar zal duren. Om de opstand te beëindigen organiseren de Britten een conferentie, maar de Arabische leiders weigeren samen met Joden aan een tafel te zitten. Feit 2 De Britse overheid deed er alles aan om tegemoet te komen aan de eisen van de Arabieren en tegelijk de zionistische beweging zoveel mogelijk tegen te werken. Een van de belangrijkste instrumenten voor de Britten hiervoor was de beperking van de immigratie. In 1939 neemt Londen een van de aanbevelingen van de Commissie Peel over, namelijk de Joodse immigratie te limiteren. Tussen 1939 en 1943 mogen jaarlijks nog maar 12.000 Joden naar Eretz Yisrael komen. In de jaren dat de moordmachine van de nazi-dictatuur op volle toeren gaat draaien, ontzegt de Britse regering aan honderdduizenden Europese Joden een veilig heenkomen. En terwijl de Joodse immigratie aan banden wordt gelegd, laten de Britten de Arabische immigratie ongemoeid. De illegale immigratie vanuit de Arabische buurstaten, zoals Egypte, Trans-Jordanië en Syrië, werd wel opgemerkt maar genegeerd. Als er één mythe niet waar is, dan is het dat "de Britse overheid de Joden steunde in het verdrijven van de Arabieren uit Palestina" en "dat ze toestond dat de Joden massaal naar Eretz Yisrael konden emigreren". Uit strategische belangen steunden de Britten in bijna alle gevallen de Arabieren en werkten ze de zionisten en Joodse immigranten zoveel mogelijk tegen. "De grote leugen van de 'bezetting' door Israël is al zovaak en zolang herhaald dat bijna iedereen erin gelooft en ze accepteert," schrijft FLAME (Facts and Logic about the Middle East) in een van haar advertenties. Bronnen: FLAME, www.factsandlogic.org Aish HaTorah, www.aish.com Mitchell G. Bard, Myths and Facts: A Guide to the Arab-Israeli Conflict (2001) Mordecai Naor, Zionism: The First 120 Years, 1882-2002 (2002) Subject: De bijl aan Israels soevereiniteit From: "Pinhead" Date: Mon, 2 Feb 2004 01:42:38 +0100 Newsgroups: nl.politiek,nl.religie Op 23 februari begint in het Vredespaleis in Den Haag het 'proces' tegen Israel over het bouwen van het anti-terrorismehek in Judea en Samaria en rond Jeruzalem. Uit alles blijkt dat het hek (ten onrecht ook wel de "muur" genoemd, terwijl maar een klein deel ervan uit beton bestaat) door de internationale gemeenschap alleen maar als conveniënte aanleiding wordt gebruikt om Israel weer eens in de beklaagdenbank te zetten en de soevereiniteit van de Joodse staat aan de kaak te stellen en waar mogelijk in te perken, te beginnen (maar niet voor het eerst) waar het gaat om het recht op zelfverdediging. Zo heeft het Internationaal Gerechtshof (International Court of Justice, ICJ) van de VN besloten dat niet minder dan 56 islamitische landen, waaronder Afghanistan (sic) en de lidstaten van de Arabische Liga, waaronder de Palestijnse Autoriteit (PA), Jordanië en Marokko, als 'getuigen' tegen Israel kunnen optreden. De Arabische landen en de PA hebben al naar buiten gebracht dat wat hen betreft niet alleen "de Apartheidsmuur" aan de orde zal worden gesteld, maar ook de volgens die partijen illegale Joodse nederzettingen en andere "permanente bouwwerken" in "de bezette gebieden", alsmede het feit dat Joden zich in die gebieden gevestigd hebben. Dat is volgens de Arabische Liga in strijd met de Geneefse Conventie. Israel staat op het standpunt dat het ICJ niet bevoegd is in deze zaak te oordelen en dat in de Oslo-akkoorden is afgesproken dat bij onenigheid tussen Israel en de PLO (formeel de 'verdragspartner' van Israel) over kwesties als de onderhavige, geen van de partijen zijn toevlucht zal nemen tot internationale arbitrage. Inmiddels heeft de PLO tien internationale juristen gerekruteerd die hun best zullen gaan doen om het ICJ tot een voor Israel nadelige uitspraak te brengen. Dat het internationaal recht ook nu weer op een perverse manier wordt gepolitiseerd en als wapen tegen Israel wordt ingezet, blijkt onder andere uit de participatie van Marokko. Ook dit land, dat relatief vriendelijke betrekkingen met Israel onderhoudt, stemde voor de VN-resolutie van 9 december waarin van Israel wordt geëist dat de bouw van het hek wordt gestaakt, dat het al voltooide deel wordt ontmanteld, en waarin de kwestie bij het ICJ werd voorgelegd. Ook Marokko zal als getuige a charge optreden. Dat kan het land uitstekend doen, want het beschikt zelf al meer dan twintig jaar over een complex van 'veiligheidshekken', bestaande uit hoge zandbergen, bunkers, prikkeldraadversperringen en mijnenvelden. Het tussen 1981 en 1986 opgetrokken is langer dan de Chinese Muur (2500 kilometer) en heeft tot doel de guerrillastrijders van Polisario buiten Marokko en het sinds 1976 door dat land bezette deel van de Westelijke Sahara te houden. Ruim tweederde van de Westelijke Sahara is door de versperringen omgeven en doorkruist en er komt nog geen kip doorheen. In het gebied aan gene zijde van de muur verkeren al 28 jaar lang honderdduizenden door Marokko verdreven Saharanen in de meest erbarmelijke omstandigheden. De VN, internationale mensenrechtenorganisaties en Gretta c.s., hebben de bouw van deze 'muur' nimmer veroordeeld. En over een recht op terugkeer van vluchtelingen wordt eveneens gezwegen. Over het meten met twee maten gesproken. Israel als misdadige entiteit Ook in deze kwestie wordt door het internationale anti-Israelkamp, inclusief de Nederlandse afdelingen daarvan (Duisenberg c.s., Pax Christi, Palestina Komitee, Socialistische Partij en Een Ander Joods Geluid), de publieke opinie verder tegen Israel in het geweer gebracht. Wij kunnen betogingen en andere (media)evenementen verwachten, waarin de Joodse staat als een misdadige entiteit zal worden afgeschilderd, een landdief, die het voorwendsel van veiligheid gebruikt om de Palestijnse Arabieren "als kippen in hokken op te sluiten" (de uitspraak is van de Palestijns-Arabische premier Ahmed Qurei), een schurkenstaat die routinematig oorlogsmisdaden begaat tegen "onschuldige Palestijnen"., die het waagt zich te verzetten tegen de 'legitieme bevrijdingsoorlog van het Palestijnse volk'. Om de zaken wat in perspectief te plaatsen, zullen Nederlandse pro-Israelorganisaties voorlichtingsacties gaan voeren, waarin wordt uitgelegd dat het anti-terrorismehek helaas noodzakelijk is om de levens van Israelische burgers te beschermen. Dat is de plicht en het recht van iedere soevereine staat en staat los van Israels legitieme aanspraken op Judea en Samaria. Vanuit Israel zullen de argumenten in concreto naar Den Haag worden overgebracht. Zaka, de orthodox-Joodse organisatie waarvan de vrijwilligers na bomaanslagen de gefragmenteerde resten van slachtoffers verzamelen, is van plan het wrak van de op 18 juni 2002 opgeblazen Jeruzalemse stadsbus 32 (19 doden en tientallen levenslang verminkten) bij de ingang van het ICJ neer te zetten. De aanval op Israels soevereiniteit De staat Israel werd weliswaar gesticht op basis van internationale toezeggingen en afspraken en is door de VN erkend, niettemin heeft de internationale gemeenschap stelselmatig in tegenstelling daarmee gehandeld. In 1917 werd door de Britten de Balfourverklaring afgegeven waarin het Joodse recht op een 'nationaal tehuis' in Palestina werd erkend. Die verklaring werd de basis van de door de Volkenbond aan Londen verleende mandaatopdracht. Van meet af aan hebben de Britten en later anderen echter geprobeerd daadwerkelijke uitvoering van die opdracht te saboteren. Na de stichting van Israel (dat gebeurde op 14 mei 1948 en de nieuwe staat werd onmiddellijk door een aantal andere staten erkend) werd door de Zweedse VN-topman Graaf Folke Bernadotte een nieuw delingsplan voor West-Palestina voorgesteld. Uitvoering daarvan zou Israel hebben gereduceerd tot een semi-onafhankelijke mini-entiteit (sic) in Galilea en de kuststrook. De rest van het gebied, inclusief heel Jeruzalem en de Negev moest volgens Bernadotte aan Transjordanië worden toegewezen en migratie van Joden naar de 'Joodse sector' na twee jaar aan banden gelegd. Op 16 september 1948 werd Bernadotte door leden van Jitschak Shamirs Lehi-militie geliquideerd. De aanslag haalde het plan voor de eliminatie van een soeverein Israel tot 1992 van de internationale agenda. In 1992 en 1993 was het de Noorse regering die facilitair, politiek en inhoudelijk steun verleende aan de door Yossi Beilin aangevoerde groep post-zionistische Israeli's die uiteindelijk de zogenaamde Oslo-akkoorden als voldongen feit bij premier Jitschak Rabin neerlegden. Bij de onderhandelingen waren prominente Noorse politici betrokken, waaronder Terje Larsen, die later tot speciale VN-vertegenwoordiger in de autonome Palestijnse gebieden werd aangesteld. Larsen bleef zich op alle mogelijke manieren openlijk inzetten voor de Palestijns-Arabische zaak, waarbij hij niet schroomde om in het geheim met leden van de linkse Israelische oppositie besprekingen te voeren die normaal gesproken uitsluitend worden gevoerd met de (democratisch gekozen) regering van een land. De oorspronkelijk uit het Noorse anti-zionistische actiewezen afkomstige Larsen (sic) handelt niet op eigen houtje, maar in een internationale structuur waarbij de VN en individuele lidstaten daarvan betrokken zijn. Kenmerkend daarbij is dat de normale politieke omgangsvormen tegenover Israel niet in acht worden genomen en er feitelijk over en voor dat land wordt beslist.Dat was met name het geval met de zogenaamde routekaart naar vrede (een dictaat van de VN, de EU, Rusland en de VS) en met de zogenaamde Genève-akkoorden tussen een wederom door de inmiddels door de EU gesalarieerde (sic) Beilin aangevoerde groep post-zionistische activisten en politici enerzijds en vertegenwoordigers van Arafats PLO anderzijds. Analoog aan het handelen van de Noorse regering in 1992-1993 was het Zwitserse ministerie van Buitenlandse Zaken in 2003 direct betrokken, op politiek, facilitair en inhoudelijk gebied, bij het totstandbrengen van die akkoorden. De democratisch gekozen regering van Israel werd daarbij gewoon gepasseerd. De Genève-akkoorden zouden het raamwerk voor een permanente oplossing van het conflict vormen, maar in werkelijkheid zal implementatie ervan neerkomen op opheffing van de Israelische soevereiniteit, onder andere door de detachering in Israel van internationale (o.a. Arabische!) arbitrageorganen en veiligheidstroepen. Maar in wezen is Israel door de (leden van de) VN altijd al als een 'mindere staat' behandeld. Zo is het voor Israel als enige VN-lidstaat onmogelijk om periodiek een van de roulerende zetels van de VN-Veiligheidsraad te bezetten.